Adje

Adje

Podium

Datering:
Onbekend

Plaats:
-

Adres:
-

Biografie

Algemeen
Tekst:
Rein Hubel (m.m.v. Jaap Ham en Jan Hekert)
Koffiehuis Adam Appel (Adje)
Adriaan Veenhoven begint eind 1965 met compagnon Jan Hekert (voormalig matroos Wilde Vaart) in een wrakkig oud pand aan het Boterdiep 37 een zogenaamde 'leeskamer' onder de naam Koffiehuis Adam Appel, in de volksmond al gauw Adje geheten. "Jan H.: We waren al een tijd lang vrienden. Adje was dus al begonnen en ik had op zee dus hard leren werken en dat versnelde de opening van Adam Appel aanzienlijk." Adje beantwoordt een vraag van een verslaggever met de opmerking: "als de zaken eenmaal goed lopen wil ik een pick-up en platen kopen. Ik wil ook dam-en schaakborden aanschaffen. Het moet een sociëteit worden."
"Ondergetekende (R.H.) heeft het koffiehuis bezocht toen het al een tijdje was geopend. Het bestond uit 2 kamers van een arbeidershuisje zoals er vroeger wel meer aan het Boterdiep en omgeving stonden. Men kwam binnen in de achterkamer waar een ronde tafel met stoelen stond en tevens een barretje aanwezig was waarachter Jan & Adje de drankjes verkochten. Verder viel mij op dat de voorkamer voornamelijk door scholieren werd bezet die een soort groep vormden. In de achterkamer zaten wat oudere bezoekers die ook wat meer met Jan & Adje communiceerden. Er werd veel Pop en Rockmuziek gedraaid.
Op blz. 63 van het Groot Groninger Gedenkboek memoreert Kees van der Hoef kort de ontwikkelingen rond dit Koffiehuis. Het werd zo trendy dat het opgenomen werd in routes van toeristenbussen en zelfs in een schoolboekje, volgens Aard Nauta in een artikel van Henk Kuipers. Desgevraagd zegt Jan H., dat hij nooit gemerkt heeft dat er ooit een bus stopte."
De avantgarde van Groningen
Adje wordt de nieuwe thuisbasis van een groep jonge - Kerouac en Campert lezende - artistiekelingen, die voordien bij het afgebrande Tearoom-Restaurant Indië komt. Voorafgaande aanleiding vormen de “feestjes” op zaterdagavonden in achteraf gelegen gebouwtjes en een groep rond dichter Bernard Luiken en ijscoman Adje Veenhoven die als de "MAF Club" bijeenkomt bij Adje thuis in de Oliemulderstraat. Men stelt zich “allerlei exentrieks" tot doel en laat het haar groeien, nog voor de Beatles. Ook een groep die rondhangt op de trappen van het Luxor Theater komt in het Koffiehuis.
In Adje worden niet alleen stripboeken gelezen en platen gedraaid, maar ook acties voorbereid tegen de oorlog in Vietnam en tegen discriminatie. Het alternatieve kunstenaars- en provoblad LUCA wordt er twaalf keer gemaakt.Er gaan verhalen over sexuele- en andere losbandigheden. In de weekends wordt het koffiehuis soms belegerd door groepen jongelui die eropuit zijn de langharige bezoekers te molesteren. Onder invloed van dit alles ontstaat er zoiets als een subcultuur.
Onder de bezoekers van Adje bevinden zich vogels van velerlei pluimage. Zo zien we behalve voornoemde Bernard Luiken ook Johan Bolt. Bolt is oprichter van fanclubs, manager van popgroepen en later betrokken bij Zout (oftewel Project Z, een slechts kort bestaande afscheiding van Provadya?). Dan het fenomeen Plopatou (jonkheer Van Hanswijck De Jonge), hij is één van de eersten die komt aanzetten met joints. Artistiekelingen als rock 'n roll-poeet Kees van der Hoef, provo Sjoerd Punter, schrijver Henry Hes en beat-schilder Joop Douwma behoren tot de vaste bezoekers. Ook Herman Brood en Dick Beekman van Cuby & the Blizzards komen er met enige regelmaat.

Adam Appel blijft open tot het pand gesaneerd wordt in 1967.
Bronnen:
Rein Hubel, De Krant Van Toen (Nieuwsblad van het Noorden 05-08-1966 p. 11), Groot Groninger Gedenkboek van de jaren 60 (Kees van der Hoef), Nothing going on in the city (Koen van Krimpen)

Overige betrokkenen

PersoonRollenPeriode
Adriaan "Adje" VeenhovenUitbater
Adriaan "Adje" Veenhoven
Uitbater